In het algemeen staat een Ridgeback niet bekend als een “wegloperige”
hond. Natuurlijk heeft de geslachtsrijpe reu wel de neiging
de hort op te gaan wanneer er loopse teefjes in de buurt
zijn. Daarbij kunnen loopse teefjes, op het hoogtepunt van
hun vruchtbaarheid, eveneens op zoek gaan naar een reu en
dienen dus in die periode ook goed in de gaten worden
gehouden.
Verder is de RR een nieuwsgierige hond en zal op onderzoek
uitgaan wanneer er iets bijzonders gebeurt zoals
bijvoorbeeld het voorbij lopen van een vreemde kat.
En wandeling in zijn eentje is dan niet ondenkbaar, met alle
(verkeers-) gevolgen van dien. Het is dan ook absoluut aan
te bevelen te zorgen voor een goed gesloten erf afscheiding,
die voldoende hoog is. Hekken lager dan 1.50 m zijn een
lachertje voor onze atletische Ridgeback. Bovendien zijn
veel mensen niet gediend van een grote loslopende bruine
hond waarvan het baasje in geen velden of wegen te bekennen
is.
Daarbij zijn de meeste RR’s nogal terughoudend naar vreemden
toe en zij laten zich niet zo makkelijk bij de halsband
pakken om teruggebracht te worden.
Een RR die goed en consequent is opgevoed kan in een
wandelgebied goed loslopen en zal redelijk in de buurt van
het baasje blijven. Wel heeft de RR een uitgesproken
jachtinstinct, dus is voorzichtigheid geboden in een gebied
waar veel wild is, omdat een RR zowel op geur als op zicht
jaagt. Het is ten zeerste aan te bevelen de hond te leren u
in de gaten te houden en hem niet het idee te geven dat het
baasje op hém let en toch wel zal volgen. Natuurlijk houdt u
hem wel in de gaten tijdens de wandeling, maar laat dat de
hond zo min mogelijk merken en kies eens een totaal andere
looprichting dan de hond verwacht .